Twee weken geleden alweer hadden we onze vrienden Paulien en Bebas op bezoek. Zij hadden eerst een paar weken op Bali vakantie gevierd en zijn daarna een paar daagjes naar Bandung gekomen. Ze hebben onze logeerkamer en bijbehorende badkamer ingewijd. Daarna is Mariska een weekje met ze mee gegaan naar Sumatra, waar Bebas vandaan komt.
In Bandung hebben we ze welkom geheten in ons nieuwe huis en zijn we een paar keer lekker uit eten geweest. Ook hebben we ons laten vereeuwigen in het zogenaamde Hema-restaurant, waar je bitterballen, huzarensalade en hutspot kunt krijgen. Deze dag was er een speciale actie: foto's in 'traditioneel' kostuum. Dat aanbod konden we natuurlijk niet laten liggen. De kostuums waren van polyester en niet he-le-maal traditioneel, maar het resultaat was net echt. De pijpen werden Gert-Jan en Bebas trouwens aangereikt met de traditionele Nederlandse woorden: "Pijpen sir"...
Vanuit Bandung zijn we eerst een dagje naar een mooi zwavelmeer gegaan: Kawa Putih. Dat is ongeveer twee uur rijden vanaf de stad. Toen we bij de parkeerplaats aankwamen, stond er een enorme groep Indonesische dagjesmensen voor de toegangspoort te drommen, maar niemand mocht erdoor. Men vertelde ons dat er 'erosi' had plaatsgevonden en dat daardoor de 5 kilometer lange weg naar het meer tijdelijk niet begaanbaar was. Normaliter rijden er kleine busjes heen en weer om de mensen van en naar het meer te brengen, maar die mochten dus de poort niet door. Na een half uurtje wachten besloten we maar gewoon stiekem te voet de weg op te gaan. Indonesische mensen zullen niet zo gauw lopen als er ook vervoer is, dus die bleven allemaal wachten. We waren de enigen die langs de weg liepen, en na een kilometer of anderhalf zagen we inderdaad een paar grote rotsblokken op de weg liggen, die met de hand en een grote hamer in kleinere stukken werd geslagen. We liepen door langs de overigens prachtige weg, toen er af en toe een busje of brommertje langs ons heen omhoog ging. We mochten meerijden en hoefden de laatste drie kilometer dus niet meer omhoog te lopen. Toen we eenmaal boven waren, waren we vrijwel de enigen bij het meer, omdat de grote bups nog steeds niet werd doorgelaten beneden. Het was inderdaad een prachtig meer, en des te bijzonderder omdat we er bijna alleen waren. Het water was warm (de damp sloeg er vanaf) en stonk behoorlijk naar zwavel.
Daarna wilden we naar de hete bronnen die daar in buurt zijn, maar dat was zo'n vieze bedoening met overal plastic souvenirs, rondzwervend afval en veel te veel mensen, dat we maar een wandeling hebben gemaakt door de aanpalende theeplantages. Die waren supermooi, een leuke verrassing!
Na twee dagen heeft Gert-Jan ons 's ochtends vroeg samen met de chauffeur weggebracht naar het piepkleine vliegveldje van Bandung, voor onze vlucht naar Medan. Toen we in de buurt van Medan kwamen, konden we vanuit het vliegtuig enorme uitgestrekte oerwouden... toch? oh nee, palmolieplantages zien liggen. Iets om over na te denken als je weer eens een supermarktprodukt koopt. Tegenwoordig zit bijna overal palmolie in en dagelijks wordt er in de wereld oerwoud gekapt voor nieuwe palmolieplantages.
Afijn, daarna zijn we naar Bukit Lawang gegaan. Daar kon je voor een paar stuivers een tractorbinnenband huren en daarmee een halve kilometer of zo de rivier afgaan. Je moest dan de band zelf stroomopwaarts dragen (of een mannetje huren om dat voor je te laten doen), ergens de rivier instappen, op je band klimmen en dan zorgen dat je er niet uitdonderde of hard tegen stenen aan werd geworpen. Dat gebeurde natuurlijk wel, en we waren 's avonds ook behoorlijk beurs hier en daar. Maar het was wel erg leuk om te doen. Bebas en ik hebben het een paar keer gedaan en Paulien heeft na haar eerste twee ritjes vanaf de kant foto's gemaakt.
Maar daar kwamen we natuurlijk niet voor. Het dorpje ligt aan de rand van een natuurreservaat waar nog orangutans in het wild leven. Er was tot een paar jaar geleden ook een rehabilitatiecentrum voor orangutans die uit gevangenschap kwamen en niet wisten hoe ze in het wild moesten overleven. Deze orangutans werd daar geleerd hoe ze in bomen moesten klimmen, wat eetbaar was en hoe ze slaapnesten moesten bouwen. Helaas is er een aantal jaar geleden een eind gekomen aan dit initiatief, maar er is nog een aantal 'semi-wilde' orangutans, met name zogende moeders en onvolwassen dieren, die dagelijks een beetje worden bijgevoerd met banenen en melk. We hebben een gids gezocht en zijn de volgende ochtend vertrokken voor een tweedaagse trek door het oerwoud.
Na de 'semi-wilde' orangutans te hebben bekeken, zijn we gaan lopen. Het eerste uur kwamen we alleen maar andere toeristen tegen, waarop Bebas (zonder Paulien en mij in te lichten, dat hoorden pas veel later) de gids vroeg om een moeilijke route... Het was inderdaad behoorlijk zwoegen hier en daar, maar het was wel heel prachtig. En andere toeristen hebben we niet meer gezien... We hebben witte en zwarte gibbons gehoord, maar helaas niet gezien.
Wel hebben we de leuke 'Thomas leaf monkeys' gezien, een paar hele grote mieren en een termietenoptocht.
Die avond hebben we heerlijk gegeten, alles klaargemaakt op een houtvuurtje, en later geslapen in een soort van open tent aan de rivier. 's Ochtends liep er een grote komodovaraan langs de rivier, van ruim een meter lang. We hebben een leuk opwarmwandelingetje gemaakt van een uur of twee, en hebben ons daarna weer heerlijk schoon laten spoelen onder een waterval.
Daarna zijn we met het hele gezelschap (twee gidsen, de kok en wij met zijn drietjes) en onze spulletjes op vier aan elkaar geknoopte binnenbanden de rivier af getubed... een spannend en vooral erg nat tochtje van zo'n tien minuten door behoorlijke stroomversnellingen en langs grote rotsblokken en over stenen. Erg leuk!
Daarna zijn we richting de familie van Bebas gegaan, een aantal uren verderop. Het laatste eind met zulke prachtige busjes:
Omdat de vulkaan waar zij vlakbij wonen na 400 jaar weer actief was geworden en een laag as in het rond had gespuugd, waren ze met 25.000 anderen geëvacueerd. Gelukkig hadden zij familieleden met een groot genoeg huis in een stadje in de buurt waar ze konden verblijven, maar er zaten ook mensen met grote groepen bij elkaar in kerken en gemeenschapsgebouwen. Overdag mochten ze terug naar hun dorpen om op het land te helpen, en dat hebben wij ook twee dagen gedaan: een dag rijst wieden (zwaar! de hele tijd gebukt staan) en de volgende dag mais oogsten (dat vond ik leuk werk).
Hierboven poseer ik na een zware dag werken met de jongste van Bebas z'n drie zussen. De familie was erg gastvrij en lief. Drie dagen nadat wij aan waren gekomen mochten ze eindelijk terug naar huis. Ze hadden in totaal een maand niet in het dorp mogen wonen. Kostbare bezittingen en overnachtingsspullen (dekens en matjes) konden weer worden ingeladen in de huizen.
Je kon zien dat er hier en daar nog een laag as lag op planten en huizen, maar het had gelukkig al een paar keer geregend en de gewassen van de familie hadden het allemaal overleefd. Hieronder een foto van ons samen met de moeder van Bebas voor het huis dat hij voor haar heeft laten bouwen. Ze is vrijwel helemaal doof en loopt heel erg krom (bijna dubbelgeklapt, ze komt niet hoger dan mijn heupen), maar ze woont nog alleen en kookt nog op haar houtvuur in de keuken. Ook een foto van Paulien en Bebas kokend in haar keuken.
Hieronder zijn we op weg naar de rivier om onszelf en onze kleding te wassen. Je kunt zien hoe dichtbij de vulkaan is.
Voordat ik bij de familie weg mocht, werd me allerlei lekkers van het land toegestopt: avocado's, een hele zak mandarijnen, een aantal sinaasappels, nog wat andere vruchten, een hele zak met groente... zoveel dat we mijn koffer op weg naar het vliegveld voor de zekerheid nog maar even op ouderwetse wijze hebben laten wegen. Hij woog met al dat fruit precies de toegestane 15 kilo.
Na een toch een beetje emotioneel afscheid van mijn goede vrienden ben ik verder gereisd naar het vliegveld. Paulien zou nog een paar dagen blijven en dan teruggaan naar Nederland, en Bebas bleef nog een dag of tien extra. Inmiddels is hij ook weer thuis in Amsterdam. Gert-Jan kwam me die avond in Jakarta ophalen en we zijn de volgende dag met de trein weer teruggegaan naar Bandung. Een prachtige reis en een mooie manier om eens kennis te maken van het leven van andere Indonesiërs.


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten