dinsdag 31 januari 2012

Waar is jullie geld gebleven?

Anderhalf jaar geleden, vlak voordat we uit Nederland vertrokken, hebben sommigen van jullie geld in een doos gedaan voor het goede doel. Toen wisten we nog niet waar we het geld, ruim 300 euro, aan zouden besteden maar we wisten natuurlijk wel dat er hier in Indonesië iets goeds mee te doen moest zijn. Een jaar later hebben familie en vrienden van Mariska's ouders ook geld bijeen gebracht, bij elkaar meer dan 400 euro. Het is tijd dat we laten weten wat er met jullie geld is gebeurd!


Meer dan een jaar geleden heb ik (Mariska) me hier in Bandung aangesloten bij een club vrijwilligsters die zich de HAG noemt: Health Assistance Group. Sommige van deze vrouwen wonen hier al meer dan dertig jaar, anderen, zoals ik, zijn er veel recenter bijgekomen. De meeste vrouwen zijn Nederlands, of spreken Nederlands, maar er zitten ook een paar Indonesische vrouwen bij en een Australische. We zamelen geld in, en komen elke twee weken bij elkaar om te kijken of er nieuwe gevallen zijn bijgekomen van mensen die dringend onze hulp nodig hebben, en om te kijken hoe het gaat met bestaande 'gevallen'. De hulp die we bieden is met name op het gebied van gezondheidszorg, maar sinds kort ondersteunen we ook arme gezinnen die niet genoeg geld hebben om hun kinderen naar school te sturen.

We krijgen voor het werk dat we doen geen geld. Er werken twee geweldige Indonesische sociaal werksters voor onze club en zij krijgen wel betaald voor het werk dat ze voor ons doen. Zij onderhouden de contacten met de mensen die het geld van ons ontvangen. Er blijft geen geld aan de strijkstok hangen. Alles komt direct bij de mensen terecht en wordt besteed aan het doel waarvoor we het geven.

De sociaal werksters werken daarnaast ook voor stichtingen die werken met arme mensen of gehandicapten, en hebben veel contacten met ziekenhuizen en plaatselijke gezondheidsposten. Daar horen ze wel eens van schrijnende gevallen van mensen die dringend zorg nodig hebben die ze niet kunnen betalen. Er bestaat hier namelijk niet zoiets als een ziekenfonds en arme mensen zijn hier volledig onverzekerd. Ze kunnen zich alleen medische hulp veroorloven als ze weer wat geld bij elkaar hebben gespaard... Eerstelijnshulp als een ziekenhuis of een wijkpost is gratis voor arme mensen, maar medicijnen in veel gevallen niet, en de kosten daarvan kunnen hoog oplopen bij een ernstige aandoening.

Seksuele voorlichting
Op een gegeven moment kregen we een aanvraag van een stel Indonesische dokters die zich vrijwillig hebben verenigd, onder andere om voorlichting te geven op scholen. Seksueel misbruik komt helaas redelijk veel voor, met name in de armere gemeenschappen. Ook is het helaas redelijk gebruikelijk dat meisjes in afgelegen dorpjes zeer vroeg trouwen, soms al op dertien- of veertienjarige leeftijd! Het gaat hierbij niet om uithuwelijking, maar deels om traditie, deels uit verveling en natuurlijk ook af en toe vanwege een zwangerschap. De dokters hebben een programma gemaakt dat kinderen voorlicht over het eigen lichaam en over wie er wel en niet aan mogen zitten. Seksuele voorlichting is hier nog een taboe-onderwerp en al helemaal voor kinderen van een jaar of tien. Maar wel erg nodig. Ook voor de ouders, die zelf ook vaak op heel jonge leeftijd al getrouwd zijn.

Vandaar dat ik heb besloten een gedeelte van het geld dat jullie hebben gegeven voordat we naar Indonesië zijn vertrokken, aan deze groep te doneren.

Aidsbaby's
Een ander deel van het geld heb ik gegeven voor aidsbaby's. Aids is hier een groot probleem. Over seks en aids wordt nauwelijks gepraat omdat er een groot taboe op rust. Condooms zijn wel te krijgen, maar zijn voor arme mensen veel te duur. Er zijn mannen die af en toe naar prostituees gaan, daar aids oplopen en het vervolgens doorgeven aan hun vrouw. Deze vrouwen kunnen dan jarenlang met een HIV-infectie rondlopen zonder dat ze het zelf weten. Als die vrouwen dan zwanger worden, lopen de baby’s kans met aids ter wereld te komen. Stel dat ze zonder aids worden geboren, lopen ze toch kans aids te krijgen via de moedermelk. Baby’s van moeders met aids mogen daarom niet aan de borst. Sommige van deze aidspatiënten zijn aangemeld bij een stichting die geld krijgt van de regering om ze te behandelen met aidsremmers. Ook is er een grote melkfabrikant die hier een mooi programma heeft opgezet om deze kindjes gratis van poedermelk te voorzien. Niet iedereen met aids komt echter in aanmerking voor dit programma, bijvoorbeeld omdat ze geen vast adres hebben. Onze groep geeft maandelijks een bedrag voor poedermelk voor de kindjes die geen moedermelk mogen omdat de moeder aids heeft, maar die (nog) niet in het programma zitten.

De rest van het geld dat jullie hebben gedoneerd voordat we hierheen vertrokken, is voor dit doel gebruikt.

Hiernaast een foto van mij bij deze stichting. We hadden aangekondigd dat we zouden komen en de stichting had twee stellen met hun kindjes uitgenodigd om erbij te zijn. Ik vermoed trouwens wel dat ze de gezondst uitziende mensen hebben uitgenodigd…

De man links en de vrouw rechts zijn van de stichting, de twee mannen links naast mij zijn twee vaders met aids en de twee vrouwen naast mij hun vrouwen, die dus ook besmet zijn. Omdat ze aidsremmers krijgen zien ze er allemaal gezond uit. De kindjes krijgen poedermelk en zijn gelukkig ook gezond.

Onderwijs
Het geld dat via Mariska's ouders is binnengekomen, is uitgegeven om kinderen in een bepaalde wijk met arme gezinnen weer een jaar extra naar school te kunnen laten gaan. Het onderwijs zelf is bijna gratis voor arme mensen, maar er zijn veel bijkomende kosten. Zo heeft een kind minstens vier uniformen nodig: een gewoon uniform, een batikuniform voor speciale dagen, een sportuniform en vaak ook een moslimuniform voor vrijdag. En dat moeten de ouders zelf betalen. Ook zijn schoenen verplicht op school (slippers of blote voeten zijn niet toegestaan) en niet ieder gezin heeft daar geld voor. Kinderen die in de wat hogere klassen zitten, moeten betalen om mee te kunnen doen met de staatsexamens. En daar bovenop komt soms nog het inschrijfgeld voor de school. Dit alles betekent dat gezinnen die echt aan de onderkant van samenleving hangen, niet altijd genoeg geld hebben om hun kinderen naar school te sturen. Sommige kinderen verdienen daarom naast school een beetje bij, maar veel kinderen moeten noodgedwongen stoppen met school, ook al zijn ze nog veel te jong.

De mevrouw die het wijkcentrum runt, had speciaal omdat ik zou komen, alle kinderen uitgenodigd. Ze hadden allemaal hun mooiste kleren aangedaan en ze werden een voor een aan me voorgesteld. Ik heb gezegd dat het geld waardoor zij weer een jaar naar school konden, bijeen was gebracht door familie en vrienden van mijn vader ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag. Ik moest alle donateurs namens de kinderen en hun moeders zéér hartelijk bedanken: hierbij dus!


Om wat voorbeelden te geven van de erbarmelijke thuissituaties van deze kinderen en hoe jullie geld ze heeft geholpen:

Siti, het meisje dat je nog net ziet achter het meisje met het gele shirt. Ze is vijftien jaar oud. Haar vader is overleden en haar moeder staat elke nacht om twee uur op om naar de avondmarkt te gaan. Daar verzamelt ze groenteafval dat de marktkooplieden hebben weggegooid, haalt daar de beste stukken uit en verkoopt die door aan andere arme mensen. Daarmee verdient ze tussen de 5.000 en 10.000 rupia per dag (tussen de 40 en 90 eurocent). En daar moeten ze het mee doen. Er is ook iets aan de hand met mishandeling, maar het was niet helemaal duidelijk wat. We hebben 350.000 rupia (ongeveer 30 euro) gegeven voor schoolgeld en 80.000 (nog geen 7 euro) voor schoenen, zodat Siti weer een jaar naar school kan. Ze is erg slim en doet het goed op school, dus het zou jammer zijn als ze haar school niet kan afmaken.

Elma Rosita, rechts vooraan in het wit. Ze is acht jaar. Ook haar vader is overleden. Haar moeder heeft geen werk. Voor hun inkomen zijn ze afhankelijk van Elma's opa, die dagelijks door het vuilnis in de stad scharrelt om daar alles wat bruikbaar of verkoopbaar is uit te halen. Dit kan hij dan weer doorverkopen aan mensen die plastic of papier inzamelen voor recycling. Je kunt je voorstellen dat je daar niet heel veel geld mee kunt verdienen. Elma's jongere broertje heeft tbc, waar hij voor behandeld wordt. Met 100.000 rupia (ongeveer 8,5 euro) kan Elma weer een jaar naar school.

Iman, de grote knul helemaal achteraan. Hij is vijftien. Zijn moeder heeft een zeer laag inkomen en zijn vader is opnieuw getrouwd en draagt niets bij. Zijn moeder weet niet eens waar hij woont. Ook Iman is slim en kan met 500.000 rupia (42 euro) weer een jaar verder leren.

Rizky, de grote jongen links op de foto in het blauwe shirt. Hij is twaalf jaar en woont bij zijn oma. Zijn ouders zijn gescheiden en zijn moeder is opnieuw getrouwd, maar als vierde vrouw van haar nieuwe man. (Dit komt hier af en toe voor, al vinden de meeste mensen dit niet acceptabel en is het volgens de wet verboden. Het gaat hierbij om religieuze, geen wettelijke huwelijken. Volgens de islam moet de man al zijn vrouwen én hun kinderen goed behandelen, maar in de praktijk gebeurt dit echter meestal niet.) Deze nieuwe man draagt niet bij aan het inkomen en het enige inkomen is wat Rizky's oma ophaalt met bedelen op straat. Rizky kan met een bedrag van 100.000 rupia (8,5 euro) ook weer een jaar doorleren.

Zo zie je wat een klein bedrag een groot verschil kan maken in het leven van arme mensen!!

Geen opmerkingen: